‘Een goede wetenschapper denkt vanuit het grote geheel’ interview Karin Jongsma Jonge Academie

  • 14 hours ago
  • Claartje Chajes
  • ·
  • Modified 1 May
  • 9
Profile picture of Claartje Chajes (online)
Nieuwsrubriek

English

Als kersvers lid van de Jonge Academie geeft Bio-ethicus Karin Jongsma van het UMC-Utrecht aan dat ze het gesprek over Erkennen & Waarderen verder wil verdiepen. Ze grijpt de kans om zelf een accent toe te voegen, namelijk de vraag: wat is een goede wetenschapper? In een vraaggesprek licht ze toe.

Karin Jongsma - foto Fabian Landewee

Goed om te horen dat Erkennen & Waarderen bij de Jonge Academie de komende jaren hoog op de agenda blijft staan! In welk opzicht betrek jij je bio-ethische achtergrond bij je blik op het cultuurveranderprogramma?

‘Dat doe ik natuurlijk onherroepelijk, uit beroepsdeformatie (lacht). Mijn onderzoek is gericht op de ethiek van nieuwe technologieën, specifiek wat die nieuwe technologieën met mensen doen. Hoe veranderen ze werk, kennis en gedrag, maar ook ‘hoe verandert de technologie de mens’. Dat is ook precies één van de vragen die Erkennen & Waarderen bij mij opriep: wie is de wetenschapper als mens? Wat is een goede wetenschapper? Kijken we wel genoeg naar de persoon achter de wetenschapper, achter de output? Het supergoede van het programma Erkennen & Waarderen, vind ik dat we verder kijken dan een heel select groepje kwantitatieve maten. Maar we kijken nog steeds vrij weinig naar de mens zelf.’

Hoe doe je dat, de wetenschapper als mens benaderen?

‘Goed punt, ik denk gelijk aan allerlei haken en ogen. Er ontstaat denk ik namelijk een risico dat je ruimte creëert voor uitspraken als ‘ik vind jou niet zo sympathiek en niet leuk’, dat zijn elementen waar we denk ik juist geen ruimte voor moeten maken. Voor mij gaat de vraag naar de mens als wetenschapper over zaken als: ben je collegiaal, ben je creatief, ben je ook bereid om dingen te doen die belangrijk zijn voor het grote geheel en niet alleen direct voor je eigen carrière. Erkennen & Waarderen heeft daar ruimte en aandacht voor gecreëerd, maar ik denk dat we er explicieter over kunnen zijn. Eén van de dingen die voor mij een rol spelen, is dat de klussen voor het grotere geheel, vaker bij vrouwelijke collega’s terechtkomen dan bij mannelijke. Ik ben optimistisch van aard dus ik ga er maar vanuit dat dit niet puur uit seksisme is, maar blijkbaar vragen we wel eerder en vaker van vrouwelijke wetenschappers om met het perspectief van het geheel te denken. Ik denk, dat als we door de lens ‘wat is een goede wetenschapper’ kijken, we de vraag ‘hoe verdelen we klussen’ op een andere manier beantwoorden. Misschien vinden we het dan juist jammer voor mannelijke wetenschappers dat ze minder de kans krijgen om die blik op het geheel te ontwikkelen.

Wat is in jouw ogen de trigger die ervoor blijft zorgen dat werkzaamheden ten dienste van het grote geheel minder populair zijn dan individuele verdiensten?

‘Erkennen & Waarderen is wel breed omarmd, maar het is nog niet voor iedereen de dagelijkse praktijk. Ik kan niet voor iedereen spreken, maar ik merk zelf bijvoorbeeld dat nog regelmatig ouderwetse output measures meetellen. Tegelijkertijd denk ik dat iedereen ergens wel een beeld heeft van wat een goede wetenschapper is. Ik zou graag in een openbare dialoog dieper ingaan op de vraag ‘wat een goede wetenschapper is’ en of er bijvoorbeeld verschillen bestaan tussen faculteiten, universiteiten en mannen en vrouwen bijvoorbeeld.’

Je bent zelf eerste generatiewetenschapper. Wat heeft je verbaasd of verwonderd aan het systeem waarin je je aan het ontwikkelen bent?

‘Er leeft bij mij vaak vooral verwondering. Ik heb me regelmatig afgevraagd ‘waarom doen we dit’ of ‘waarom is dit waardevol’? In mijn vak wordt bijvoorbeeld ontzettend veel gepubliceerd, onder andere over AI. Dat is niet bij te houden. Ik zou durven stellen dat een deel van die studies niet zo’n hoge kwaliteit heeft. Maar: het loont om nu over AI te publiceren. Er zijn veel beurzen, het is relatief makkelijk om erover te publiceren en het levert mensen carrières op. Dat is natuurlijk legitiem doel om na te streven met je academische werk, maar ja; wie gaat dat allemaal lezen?

Een ander voorbeeld is dat key-note presentaties hoger worden gewaardeerd dan iets als een presentatie bij een patiëntenvereniging. Dat vind ik best vreemd; hoe kan je zoiets in zijn algemeenheid zeggen, terwijl dat mij heel erg afhankelijk lijkt van het doel van je onderzoek.

Ergens ga ik daar natuurlijk zelf ook in mee, in de ratrace van publicaties, beurzen en presentaties en ben ik ook soms teleurgesteld dat ik het zelf niet radicaal anders doe. Mijn afweging is dan dat je binnen een systeem niet verder komt als je enkel ‘tegen’ bent. Je kan niet in je eentje de wereld veranderen. Tegelijkertijd zie ik in mijn staat van verwondering ook veel positiefs. Ik heb ervaren dat er veel ruimte is voor nieuwsgierigheid of creativiteit bij wetenschappelijk onderzoek, onderwijs en bijeenkomsten. En dat de vraag stellen ‘waarom doen jullie dat eigenlijk?’ heel vaak leuke gesprekken oplevert.’

Persoonlijk vind ik het soms wonderlijk hoe een gereserveerde blik op de maatschappij buiten de muren van de academie haaks staat op wetenschappelijke nieuwsgierigheid.

‘Eén van de onderwerpen waar ik heel erg in geïnteresseerd ben is onenigheid. Eigenlijk zou je verwachten dat je als wetenschapper nieuwsgierig wordt van het ‘oneens zijn’. Maar wat er vaak gebeurt, is dat we anderen willen overtuigen. Onenigheid laat zo mooi zien dat er verschillende perspectieven zijn op data, een gebeurtenis of een ervaring. Dat zou je als waardevol kunnen zien. Ik zou graag nog dieper in willen gaan op de vraag: hoe kunnen we onenigheid meer omarmen. Maar dat staat wel wat los van Erkennen & Waarderen.’

Tenzij je het benadert als onderdeel van de academische cultuur en als element dat de kwaliteit van wetenschappelijk werk kan verrijken.

‘Ja, dat klopt.’

Wat hoop je voor de toekomst van Erkennen & Waarderen?

‘Ik vind dat een lastige vraag, elk antwoord verbleekt bij de complexe problemen in de wereld op dit moment. Met die kanttekening kan ik wel zeggen dat ik hoop dat er ruimte komt voor wat meer speelsheid. Ik denk dat veel mensen vooral bezig zijn om hun hoofd boven water houden bij alles dat aan ons gevraagd wordt en de ambities die we hebben. In dat overvolle proces vergeten we dat gewoon een beetje rommelen met concepten en ideeën een belangrijk onderdeel is van ons werk. Daar maken we heel weinig ruimte voor. Ik denk dat het heel waardevol is als je een beetje speels kan kijken. Dat dit een waardevolle vaardigheid is, omdat het instrumenteel je werk beter maakt. Het leidt tot vernieuwende ideeën en staat in relatie tot creativiteit. Gewoon een beetje spelen, ik kan me niet herinneren wanneer ik dat voor het laatst in de wetenschap heb gedaan. Speelsheid zou ook een deugd kunnen zijn van de goede wetenschapper. Dat is mijn eigen behoefte en perspectief, ik zou het graag willen toetsen. Hoe zien andere wetenschappers en andere faculteiten dat?’

Tags