Beperk het aantal promovendi per begeleider, adviseert De Jonge Akademie. Anders krijg je ‘profkippen’ die te weinig tijd hebben voor de beginnende wetenschappers onder hun vleugels.
PHOTO BY: BORIS CREMERSVoor een cultuuromslag heb je soms een nieuw woord nodig. In de strijd tegen de bio-industrie werd het woord plofkip bedacht. De Jonge Akademie lanceert vandaag een variant: de profkip.
Met een schotschrift van drie pagina’s (plus een samenvattende striptekening) willen de jonge topwetenschappers het gesprek over de begeleiding van promovendi openbreken. Ze opperen een ‘limes promovendi’. Dat is Latijn voor een limiet aan promovendi.
Kansen en geld
Ze noemen de profkippen ‘zowel het gevolg als de aanjager van een onderliggend probleem’. Dat onderliggende probleem is volgens het pamflet de ongelijke verdeling van kansen en geld in de wetenschap.
Wetenschappers bouwen hun carrière vaak op met geld van wetenschapsfinancier NWO. Dat geld wordt vooral gebruikt om promovendi aan te stellen, schrijft De Jonge Akademie.
Wie eenmaal een beurs heeft gekregen, maakt een grotere kans op de volgende beurs. Dat houdt de ongelijkheid in stand, staat in het pamflet, en de winnaars van beurzen krijgen steeds meer promovendi. Zo ontstaan profkippen.
Gevolgen
De kwalijke gevolgen: promovendi worden niet goed begeleid, terwijl de beurswinnaars hun werkdruk zien oplopen. Je zou de werklast kunnen verdelen, want ook universitair (hoofd)docenten kunnen het ius promovendi krijgen, oftewel het recht om als promotor op te treden. Maar dat gebeurt niet vaak genoeg.
Dus pleit De Jonge Akademie voor ‘een redelijke grens aan het aantal promovendi dat iemand tegelijkertijd mag begeleiden’. Hoeveel dat er zijn? Daar doet deze club van activistische topwetenschappers geen uitspraak over.
Het gesprek moet loskomen, is de boodschap. Op 18 mei is er een bijeenkomst over dit onderwerp in het Trippenhuis te Amsterdam, het gebouw van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen.
De Jonge Akademie, onderdeel van de KNAW, is voor sommige leden een springplank naar een bestuurlijke carrière. De nieuwe minister van Onderwijs Rianne Letschert was ooit voorzitter.
Promotiebonus
Onlangs hield het Promovendi Netwerk Nederland een vergelijkbaar pleidooi. ‘Het is tijd om een gesprek te voeren over hoeveel promovendi een universiteit aankan’, zei voorzitter Martijn van der Meer tegen universiteitsblad Folia.
Het PNN pleit voor een herziening van de ‘promotiebonus’, oftewel de overheidsfinanciering per uitgereikte doctorstitel. Het systeem zou het aantal promoties opdrijven door onderlinge concurrentie van de universiteiten.
Comments
Voor meer over de campagne PROFKIP van de Jonge Academie, zie dejongeacademie.nl
Goed dat deze discussie wordt aangezwengeld door De Jonge Akademie, inclusief de (in mijn ogen terechte) discussie door PNN over de promotiebonus en de vraag hoeveel promovendi een universiteit aankan.
Ik hoop echter niet dat het uiteindelijk een platgeslagen discussie over aantallen per hoogleraar wordt, zoals de term 'limes promovendi' suggereert. Want met Erkennen & Waarderen weten we inmiddels: kwaliteit staat lang niet altijd gelijk aan kwantiteit.
Interesting point Marjan van Hunnik. @verenaseibel, maybe you can formulate an answer. How does the YA strive to keep the focus on quality, rather than simply counting the number of PhD students per professor?